Taart, cake en brood bakken
Bakken: Voorkom uitdrogen van brood door een schaaltje water erbij in de oven te zetten.
Dit zorgt ook voor een krokante korst op je brood.
Grote deeglappen heel houden: Om scheuren te voorkomen kun je de deeglap om de deegroller rollen en op het
bakblik weer uitrollen.
Deeg met opgeklopt eiwit: Altijd onmiddellijk in de warme oven zetten (dus denk om het voorverwarmen) anders heb
je kans dat het deeg inzakt.
Taart in lagen snijden: Maak rondom op dezelfde hoogte wat inkepinkjes,
leg er een draadje door en trek deze kruislings aan om de
taart horizontaal in laagjes te snijden.
Breng de vulling aan en om te voorkomen dat
die er weer tussenuit loopt bij het snijden, de bovenste taartlaag alvast in
punten snijden en er los op leggen: ook makkelijk bij het opmaken van de bovenkant.
Steunvulling: Sommige taartbodems worden eerst gaar gebakken met een steunvulling, dit is om het
teveel rijzen van de bodem tegen te gaan: leg op de
ongebakken bodem en tegen de randen een stuk bakpapier (eventueel met de
vork er flink wat gaatjes inprikken). Vul de taart met gedroogde erwten of
rijst (deze zijn meerdere keren te gebruiken, maar alleen nog maar voor dit
doel). Bak de taart zoals aangegeven en verwijder na de baktijd steunvulling en
bakpapier. Werk te taart verder af volgens het recept.
Om gebak te laten glimmen wordt meestal losgeklopt ei gebruikt. Wat ook kan: iets koffiemelk (tip van Chris Geurink).
|